Bouwen én natuur: hoe werkt dat samen?
Bij nieuwbouw en renovatieprojecten gelden strenge regels om dieren en planten te beschermen. Sweco-ecologen Bart Hendriks en Guus Middelbeek leggen uit waarom deze regels zo belangrijk zijn.
Waarom is dit belangrijk?
Veel dieren gebruiken gebouwen om te leven. Vleermuizen slapen onder andere in spouwmuren, gierzwaluwen nestelen in huizen. Amfibieën leven in tuinen. Als we slopen of renoveren, verdwijnen deze plekken. Bart zegt: “Zonder huis geen vleermuis.” Daarom schrijft de wet voor dat er eerst onderzoek komt. Zo weten we welke dieren er zijn en kunnen we maatregelen nemen. Soms maken we nieuwe verblijfplaatsen, zoals nestkasten of bouwen we stenen verblijfplaatsen in nieuwe of te renoveren woningen.

Hoe werkt dat in de praktijk?
Bij De Zesde Haren is onderzocht welke dieren aanwezig zijn. Vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen zijn standaard aandachtspunten. Bart legt uit: “We onderzoeken eerst of er huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen aanwezig zijn in de gebouwen. Als dit zo is sluiten we gaten en kieren af. Via kastjes kunnen dieren nog wegvliegen, maar niet terug naar binnen. In dezelfde tijd zijn er in de directe omgeving tijdelijke kastjes opgehangen waar deze vleermuizen tijdens de werkzaamheden in kunnen verblijven” Ook is bij de Zesde Haren gekeken of er een steenmarter in de leegstaande huizen zit. Bart: “We vonden geen uitwerpselen, prooiresten of andere aanwijzingen van de aanwezigheid van de steenmarter. Dus kunnen we aannemen dat die er niet is.”
De locatie aan de Zesde Haren ligt bij water. Daarom houden we rekening met salamanders. Deze dieren leven deels in water en deels op land. In de tuinen overwinteren ze. Ze zitten dan verscholen, waardoor mensen meestal niet door hebben dat deze dieren in hun tuin leven. In het voorjaar trekken ze naar het water om zich voort te planten. Bart: “Omdat we niet altijd kunnen wachten op het juiste seizoen, kiezen we bij De Haren voor een ‘worst case’-aanpak. We gaan ervan uit dat er salamanders zijn en maken een plan. Als we de goedkeuring en vergunning hebben van de Omgevingsdienst van de overheid, kunnen we het terrein vóór de voorjaarstrek afzetten en de salamanders afvangen. Om ze vervolgens uit te zetten in voor hun geschikt leefgebied”
Hoe doen we dat?
De ecologen plaatsen schermen en graven emmers in. In de emmers zitten gaatjes en een stokje. Gaatjes zorgen dat er geen water blijft staan en het stokje is een vluchtroute voor muizen. Salamanders kunnen niet zo goed klimmen, dus blijven in de emmer. Bart: “We controleren een paar dagen, vaak ’s ochtends en ’s avonds omdat ze dan in beweging zijn. De salamanders die we vinden zetten we opnieuw uit op geschikte stukjes waar ze verder kunnen leven. Vinden we niets meer, dan geven we het terrein vrij.”
Waarom doen we zoveel moeite?
Guus legt uit: “Bescherming van soorten is cruciaal. Je kunt het vergelijken met een brug: Deze is heel stevig en als je een paar schroeven weghaalt, dan is er vaak niet direct iets aan de hand. Maar haal je steeds meer onderdelen weg, dan stort hij uiteindelijk in. Als je er daarna weer wat schroeven bij gooit, dan is de brug zomaar nog niet gerepareerd. Zo werkt het ook met natuur. Als er te veel schakels verdwijnen, raakt het systeem uit balans en als je er dan te laat bij bent dan is dat niet altijd zomaar te herstellen. Bekende voorbeelden van onbalans zijn plagen, zoals de eikenprocessierups of muggen. Vleermuizen eten bijvoorbeeld veel muggen, amfibieën eten muggenlarven.”
Bouwen én natuur beschermen
De timing en de uitvoering van de onderzoeken en nemen van maatregelen ter bescherming van dieren en planten kost tijd. De planning moet worden afgestemd op het levensritme van de dieren. Denk aan perioden van rust, trek en voortplanting die per soort verschillen. Dit kan nieuwbouwprojecten vertragen. Dat is vervelend, zeker als je al lang op een woning wacht. Toch zijn de regels nodig om de natuur te beschermen. Bart: “Het doel is bouwen én natuur beschermen, zodat beide kunnen blijven bestaan.
“Helaas vliegen vleermuizen niet tussen negen en vijf uur, dus moeten we ook vaak in avond of nacht op pad.”
We bedanken Bart en Guus hartelijk voor hun enthousiaste verhaal.